Scheefbloemwitjes in Drenthe in 2018 en 2019

Door de opwarming komt het Scheefbloemwitje met haar voorkeur voor warm en rotsig leefgebied sinds 2015 ook in Nederland voor. Vanaf 2015 breidde de soort zich langzaam uit en sinds 2018 wordt dit witje ook in Drenthe waargenomen.


Allereerst iets over de herkenning
Een Scheefbloemwitje lijkt het meest op een Klein koolwitje. Er zijn echter vier verschillen waarvan er tenminste drie aanwezig moeten zijn om een witje een Scheefbloemwitje te mogen noemen. Zo is de buitenrand van de voorvleugel niet recht maar gebogen, loopt het zwart van de vleugelpuntvlek ver door, zeker tot aan de middenvlek, is de middenvlek groot en aan de buitenzijde hol en is er vaak een verbinding tussen de middenvlek en de vleugelpuntvlek (zie ook: https://www.vlinderstichting.nl/actueel/nieuws/nieuwsbericht/scheefbloemwitje-al-bijna-in-heel-nederland).

Een Scheefbloemwitje, najaar 2019, zonnend in de buurt van Scheefbloem in een tuin in Bovensmilde (foto: Ru Bijlsma, september 2019)

Het Scheefbloemwitje heeft verschillende waardplanten uit de familie van de Kruisbloemigen, zoals Iberis (Scheefbloem), Sinapis (onder andere Gele mosterd) en Alyssoides utriculatum (Vlinderstichting 2019). Zij leeft in meerdere generaties en de eitjes worden dichtbij de grond op de waardplant afgezet. De najaarsgeneratie overwintert als pop.

In Nederland zijn in 2019 (maart t/m september) 508 exemplaren in 383 kilometerhokken waargenomen. In Drenthe is de soort in 2018 in acht en in 2019 in tien kilometerhokken gezien. De teller staat eind september 2019 op 16 exemplaren in 16 verschillende kilometerhokken (figuur 1).

Figuur 1: Het Scheefbloemwitje in Drenthe in 2018 en 2019. De waarnemingen zijn als kilometerhok aangegeven (bron: Waarneming.nl).

Bent u ook benieuwd of deze ontwikkeling doorzet? Volgend jaar is het dus goed opletten met die kleine witjes! Er kan zomaar een Scheefbloemwitje tussen zitten.