Najaarsbijeenkomst 2019: ondanks de mist toch 40 aanwezigen!

Naarmate de dag vorderde nam de mist in verschillende delen van Drenthe op woensdag 20 november alleen maar toe, wat een deel van de vaste bezoekers, zeer tot hun spijt, deed besluiten die avond niet de reis naar Zwiggelte te ondernemen. Toch kon Stefan Pronk nog 40 vrijwilligers van de Vlinderwerkgroep Drenthe in zijn openingspraatje verwelkomen.

Daarin gaf hij het startschot voor het komende jubileum van de Vlinderwerkgroep, die in 2020 30 jaar bestaat. Om dat jubileum tot een bijzonder moment te maken nodigde hij alle aanwezigen uit daaraan een bijdrage te leveren. Een ieder die daarvoor ideeën heeft, kon dat in de pauze kenbaar maken in een eenvoudige enquête, waarin ook nog enkele andere vragen beantwoord konden worden over de persoonlijke betrokkenheid bij het vlinderonderzoek in Drenthe. Uit de antwoorden hoopt het bestuur beter zicht te krijgen op wie waar en voor wie men vlinders inventariseert en hoe de gegevens verzameld en vastgelegd worden. De enquête is door 22 aanwezigen al dan niet volledig ingevuld. Wie niet op deze najaarsbijeenkomst aanwezig was, kan deze enquête alsnog invullen, graag zelfs. Je kunt daarvoor het formulier hier downloaden en na invullen per e-mail opsturen naar secr@vlinderwerkgroepdrenthe.nl.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Joop-Verburg-cont-300x225.jpg
Joop Verburg (Foto Pauline Arends)

Na de opening gaf Stefan het woord aan Joop Verburg, die in een korte presentatie foto’s van een aantal bijzondere, en merendeels voor Drenthe nieuwe, macro’s toelichtte.

Hoewel eind oktober nog lang niet alle dagvlindergegevens over 2019 waren opgenomen in de NDFF, lieten de voorlopige resultaten voor nogal wat soorten een pessimistisch beeld zien, zo bleek uit de presentatie van Stefan Pronk en Ben Hoentjen. Daarvoor was voor elke soort het procentueel aandeel van de meldingen op het totaal aantal waarnemingen in 2019 berekend en vergeleken met dat in de jaren 2016, 2017 en 2018. Voor een aantal soorten, zoals de heide- en veenvlinders, hebben de extreem warme en droge zomers van de laatste twee jaar de vaak toch al niet grote populaties in ernstige problemen gebracht. Maar ook de meeste boerenlandvlinders laten nog steeds een neergaande trend zien. Positieve uitzondering is het Oranjetipje. Spectaculair was het filmpje dat Stefan en Pauline maakten van parende Aardbeivlinders, met als apotheose de ei-afzet door het vrouwtje. En dat in een natuurterrein in Hart van Drenthe, waar deze soort jaren niet meer was gesignaleerd. Terwijl het afgelopen zomer wolkte van de Distelvlinders, moest je een Kleine vos met een lantaarntje zoeken: waar zijn ze (gebleven)?

Tot slot kwamen ook nog vier nieuwe zwervers in beeld, die sinds het uitkomen van Dagvlinders in Drenthe 2007-2015 verschenen zijn: Bruin blauwtje, Kleine ijsvogelvlinder, Scheefbloemwitje en Staartblauwtje.

Aan het eind van de pauze bleek het lot Berta Schuurhuis die avond heel gunstig gezind. Ze was de gelukkige winnaar van het nieuwe boek van Dave Goulson, Tuinjungle. Ook nam ze de tweede prijs mee naar huis.

Na de pauze vertelde Leo Norda (Universiteit van Antwerpen) over zijn onderzoek in enkele Drentse en Brabantse vennen en veentjes naar het beste beheer van omringend bos(opslag) voor het behoud van onze veenvlinders.

Daarin zocht hij naar antwoorden op de vragen:

wat zijn de randvoorwaarden voor de instandhouding van de veenvlinderpopulaties en hoe worden die randvoorwaarden beïnvloed door aanwezige boszones. In zijn boeiende presentatie liet hij zien, hoe hij hierbij te werk is gegaan en rafelde hij allerlei aspecten voor elk van de drie soorten, Veenbesparelmoervlinder, Veenbesblauwtje en Veenhooibeestje, uit.

Boszones hebben o.a. effect op de waterhuishouding van een veentje: ze laten hun bladeren (deels) daarin vallen en ze hebben invloed op de stikstofdepositie in het veentje. Deze factoren bepalen in hoge mate de kwaliteit van de (hoogveen)vegetatie in het veentje en daarmee van het leefgebied van deze drie veenvlinders.

Combineer je al die aspecten met elkaar dan ziet de toekomst er voor de Veenbesparelmoervlinder en het Veenbesblauwtje niet heel rooskleurig uit. Het Veenhooibeestje heeft betere papieren.

Er komt vervolgonderzoek om het beheer nog beter op de beide kwetsbare soorten te kunnen afstemmen, als klimaatverandering hierbij geen roet in het eten gooit.

Uit de vragen en reacties uit de zaal bleek dat Leo’s verhaal met grote interesse was gevolgd en het luide applaus aan het eind van zijn bijdrage aan deze avond onderstreepte dat.

Buiten was de mist ondertussen flink minder dicht geworden, zodat iedereen met een gerust hart op weg naar huis kon na weer een geslaagde najaarsbijeenkomst.

Uitkomsten enquête Najaarsbijeenkomst 20 november

De enquête is door 23 aanwezigen deels of volledig ingevuld.

Van hen gaan er 18 alleen op pad om vlinders te inventariseren, vier ook in werkgroepverband.

Tien vrijwilligers zijn lid van een lokale vlinderwerkgroep.

Elf (11) vrijwilligers verzamelen overal in Drenthe gegevens, negen (9) alleen in de woonomgeving.

In verschillende terreinen van Het Drentse Landschap, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer worden vlinderinventarisaties uitgevoerd.

Een klein aantal mensen (6) geeft aan nog steeds de gegevens in een veldboekje op te schrijven, maar de meesten van hen voeren ze vervolgens in op een van de digitale invoerportalen:

Landkaartje (2), Noctua (2), systeem terreinbeheerder (1) of excelformulier Vlinderwerkgroep Drenthe (1). Het overgrote deel van de vrijwilligers legt de waarnemingen direct digitaal in het veld vast met Waarneming.nl (16) of Telmee (2).

Eén vrijwilliger gaf aan nog niet gedigitaliseerde gegevens in het veldboekje te hebben staan.

Deelname project Boerenlandvlinders.

Slecht één persoon blijkt er tot nu toe gericht voor het inventariseren van boerenlandvlinders op uit te zijn gegaan. Deze laatste, wat povere, uitkomst is voor het bestuur aanleiding voor 2020 voor het boerenlandvlinderproject, toch voortgekomen uit de onrustbarende achteruitgang van deze dagvlindergroep, de vrijwilligers concretere en praktischer handvatten te geven voor het veldwerk.

Op de jubileumdag ter gelegenheid van het 30-jarig bestaan van de VWD wordt deze aanpak gepresenteerd.